|
Tijdelijke overbruggingsregeling AOW (13-06-2013) De tijdelijke regeling voor een overbruggingsuitkering AOW is in de Staatscourant gepubliceerd. Vooruitlopend op de publicatie heeft de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de regeling naar de Eerste en Tweede Kamer gestuurd. De regeling houdt het volgende in. Mensen met een op 1 januari 2013 lopende VUT- of prepensioenuitkering, die door de verhoging van de AOW-leeftijd inkomensverlies lijden, hebben recht op een overbruggingsuitkering. In het Sociaal Akkoord is afgesproken dat de regeling geldt voor inkomens tot 200% van het wettelijk bruto minimumloon. Voor paren geldt een plafond van 300% van het wettelijk bruto minimumloon. De tijdelijke overbruggingsregeling geldt tot en met ultimo 2018. Verzoek ontbinding afgewezen (12-06-2013) Tegen de afwijzing door het UWV van een verzoek om toestemming om de arbeidsverhouding op te zeggen staan geen rechtsmiddelen open. Hoewel een verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst bij de kantonrechter op ieder moment kan worden ingediend, is het niet de bedoeling om op die manier een soort verkapte beroepsmogelijkheid te creëren. De kantonrechter heeft om die reden een verzoek om ontbinding van de arbeidsovereenkomst afgewezen nadat eerder het UWV de werkgever geen toestemming had verleend om de arbeidsovereenkomst op te zeggen. Alleen als zich na de beslissing van het UWV nieuwe feiten hebben voorgedaan waardoor een andere situatie is ontstaan, is er aanleiding om een verzoek om ontbinding in behandeling te nemen. Het ontstaan van een andere situatie wist de werkgever niet aannemelijk te maken. Partnerregeling mantelzorgers 2010 en 2011 (12-06-2013) Voor de erf- en schenkbelasting geldt de regel dat bloedverwanten in de rechte lijn geen partners van elkaar kunnen zijn. Voor bloedverwanten in de eerste graad die een mantelzorgcompliment hebben ontvangen geldt een uitzondering op deze regel. Het mantelzorgcompliment moet over het jaar vóór het overlijden van de erflater zijn verleend en verband houden met mantelzorg voor de erflater. Een mantelzorgcompliment kan worden verstrekt als er een CIZ-indicatie voor extramurale zorg (thuiszorg) is verleend. Volgens een uitspraak van de rechtbank Arnhem volstaat het als de erfgenaam geen mantelzorgcompliment heeft ontvangen maar daarop materieel gezien wel aanspraak had. Naar aanleiding van deze uitspraak komt de staatssecretaris van Financiën met overgangsrecht voor overlijdens in de jaren 2010 en 2011. Voor die jaren geldt dat voor toepassing van de partnerregeling de verzorgende bloedverwant in de eerste graad geen mantelzorgcompliment hoeft te hebben genoten. Een CIZ-indicatie voor extramurale zorg ten tijde van het overlijden volstaat. Deze goedkeuring werkt terug tot en met 1 januari 2010. Versoepeling aflossingseis hypotheek (07-06-2013) De staatssecretaris van Financiën heeft Kamervragen over de hypotheekrenteaftrek beantwoord. Sinds de invoering van de Wet IB 2001 is het recht op aftrek van rente over een eigenwoningschuld beperkt tot maximaal 30 jaar. Voor op 1 januari 2013 bestaande leningen geldt door de werking van het overgangsrecht geen verplichte aflossing. Met ingang van 2013 geldt voor nieuwe eigenwoningschulden de verplichting om in maximaal 360 maanden af te lossen. Heeft iemand voorafgaand aan het aangaan van een nieuwe eigenwoningschuld al een periode recht gehad op renteaftrek, dan wordt deze periode in mindering gebracht op de maximale periode van 360 maanden waarin de schuld moet worden afgelost. De staatssecretaris is van mening dat verkorting van de periode waarin de schuld moet worden afgelost omdat eerder onder het oude recht of onder het overgangsrecht een periode van renteaftrek is genoten, ongewenst is. Daarom kondigt hij aan dat hij op korte termijn met een besluit komt waarin wordt goedgekeurd dat in dergelijke gevallen alleen de renteaftrekperiode verkort wordt met de eerdere periode van aftrek. De aflossing van de schuld mag in maximaal 360 maanden gedaan worden. Voor een aanvullende lening boven het bedrag waarvoor al enige tijd renteaftrek is genoten, gaat een nieuwe 30-jaarstermijn lopen. Versoepeling aflossingseis hypotheek in bijzondere gevallen (07-06-2013) De staatssecretaris van Financiën heeft Kamervragen over de hypotheekrenteaftrek beantwoord. Sinds de invoering van de Wet IB 2001 is het recht op aftrek van rente over een eigenwoningschuld beperkt tot maximaal 30 jaar. Voor op 1 januari 2013 bestaande leningen geldt door de werking van het overgangsrecht geen verplichte aflossing. Met ingang van 2013 geldt voor nieuwe eigenwoningschulden de verplichting om in maximaal 360 maanden af te lossen. Heeft iemand voorafgaand aan het aangaan van een nieuwe eigenwoningschuld al een periode recht gehad op renteaftrek, dan wordt deze periode in mindering gebracht op de maximale periode van 360 maanden waarin de schuld moet worden afgelost. De staatssecretaris is van mening dat verkorting van de periode waarin de schuld moet worden afgelost omdat eerder onder het oude recht of onder het overgangsrecht een periode van renteaftrek is genoten, ongewenst is. Daarom kondigt hij aan dat hij op korte termijn met een besluit komt waarin wordt goedgekeurd dat in dergelijke gevallen alleen de renteaftrekperiode verkort wordt met de eerdere periode van aftrek. De aflossing van de schuld mag in maximaal 360 maanden gedaan worden. Voor een aanvullende lening boven het bedrag waarvoor al enige tijd renteaftrek is genoten, gaat een nieuwe 30-jaarstermijn lopen. Forfaitair rendement van box 3 niet omlaag (06-06-2013) De staatssecretaris van Financiën heeft Kamervragen over de hoogte van het voor de vermogensrendementsheffing van box 3 van de Inkomstenbelasting gehanteerde forfaitaire rendement van 4% beantwoord. Deze 4% is het langjarig gemiddelde risicovrije rendement dat iemand moet kunnen behalen op zijn vermogen in box 3. Bij de invoering is het rendement op staatsobligaties gebruikt als richtlijn. Hoewel de staatssecretaris onderkent dat het rendement op spaargeld lager is dan 4%, is hij niet van plan het forfait te verlagen. Zo ontbreken de middelen om het fictieve rendement, al dan niet tijdelijk, te verlagen. De staatssecretaris heeft geen plannen om de vermogensrendementsheffing te vervangen door een vermogenswinstbelasting. Voorafgaand aan de invoering van de Wet IB 2001 is de wenselijkheid van een vermogenswinstbelasting in Nederland onderzocht. De conclusie was dat een vermogenswinstbelasting tot grotere administratieve lasten en uitvoeringskosten zou leiden dan bij een forfaitaire vermogensrendementsheffing het geval is. Die conclusie geldt volgens de staatssecretaris nog steeds. |
ACTUEELTijdelijke overbruggingsregeling AOW > Verzoek ontbinding afgewezen > Partnerregeling mantelzorgers 2010 en 2011 > Versoepeling aflossingseis hypotheek > Versoepeling aflossingseis hypotheek in bijzondere gevallen > Forfaitair rendement van box 3 niet omlaag > |
