ddj-logo

Geen landbouwvrijstelling voor melkveehouders tijdens vruchtwisseling

28 oktober 2026

Melkveehouders verliezen de landbouwvrijstelling over de periode dat hun grond tijdelijk ter beschikking staat aan akkerbouwers of bollentelers voor vruchtwisseling. De staatssecretaris van Financiën geeft aan dat aanpassen of verruimen van de landbouwvrijstelling op dit punt niet voor de hand ligt, gezien de uitkomst van de evaluatie van de landbouwvrijstelling.

Landbouwvrijstelling

De landbouwvrijstelling is een vrijstelling in de inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting voor positieve en negatieve waardeveranderingen van landbouwgronden. Die waardeveranderingen moeten zijn ontstaan door aanwending van de grond in het kader van het landbouwbedrijf van de belastingplichtige.

Let op! In dit artikel wordt verder niet uitgebreid ingegaan op uitzonderingen op de landbouwvrijstelling zoals waardeveranderingen die ontstaan door de bedrijfsvoering of door bestemmingswijziging. Het artikel concentreert zich alleen op de vruchtwisseling.

Noodzakelijke vruchtwisseling

In principe valt een waardeverandering van de grond die ontstaat in een periode dat de grond in gebruik is gegeven aan een ander, niet onder de landbouwvrijstelling. Deze waardeverandering is immers niet ontstaan in het kader van het landbouwbedrijf van de belastingplichtige.

Uit een gerechtelijke uitspraak uit 1968 volgde echter al dat de waardestijging van de landbouwgrond in de periode dat de grond verpacht werd ook onder de landbouwvrijstelling viel. Die verpachting gebeurde in die casus om voor de teelt noodzakelijke vruchtwisseling mogelijk te maken. Om die reden was de verpachte grond ook tijdens de verpachting mede dienstbaar aan de bedrijfsuitoefening door de eigenaar en bleef daarom tot zijn landbouwbedrijf behoren.

In het landbouwbesluit van 15 november 2025 sluit de staatssecretaris van Financiën aan bij deze rechtspraak, maar voegt daaraan wel meer voorwaarden toe. Ook formuleert de staatssecretaris drie uitzonderingen op een aantal voorwaarden (zie paragraaf 6 van het landbouwbesluit).

Let op! De voorwaarden lijken verder te gaan dan uit de gerechtelijke uitspraak van 1968 volgde. Vanaf 2014 bestonden ook praktische werkafspraken tussen LTO Nederland en de Belastingdienst die minder vergaand waren. De staatssecretaris van Financiën heeft in antwoord op vragen uit de Tweede Kamer echter laten weten niet voornemens te zijn om het landbouwbesluit aan te passen op dit punt. Of de voorwaarden voor een rechter stand houden is nog niet bekend. Gerechtelijke procedures hierover zijn op dit moment ook nog niet bekend.

Geen landbouwvrijstelling voor melkveehouder bij vruchtwisseling

De staatssecretaris van Financiën heeft in antwoord op Kamervragen aangegeven dat de noodzaak van vruchtwisseling moet worden beoordeeld vanuit het perspectief van de grondeigenaar bij de uitoefening van zijn landbouwbedrijf.

Voor melkveehouders met grasland is vruchtwisseling niet noodzakelijk. Om die reden is de landbouwvrijstelling volgens de staatssecretaris niet van toepassing over de periode dat zij hun grond tijdelijk ter beschikking stellen aan akkerbouwers of bollentelers voor vruchtwisseling. Dat die vruchtwisseling voor de akkerbouwers en bollentelers wel noodzakelijk is doet voor de toepassing van de landbouwvrijstelling van de melkveehouder niet ter zake, aldus de staatssecretaris.

Let op! Voor de tijd dat de melkveehouder het grasland in zijn eigen landbouwbedrijf gebruikt, blijft de landbouwvrijstelling wel van toepassing.


De staatssecretaris van Financiën geeft in de antwoorden ook aan dat aanpassen of verruimen van de landbouwvrijstelling op dit punt niet voor de hand ligt, gezien de uitkomst van de evaluatie van de landbouwvrijstelling.

Toekomst landbouwvrijstelling?

Hoewel onderzoeksbureau SEO de landbouwvrijstelling negatief beoordeeld heeft op doeltreffendheid en doelmatigheid, lijkt het er op dit moment niet op dat de landbouwvrijstelling in de nabije toekomst afgeschaft wordt. De staatssecretaris van Financiën heeft aangegeven dat het kabinet het nu niet het geschikte moment vindt om te overwegen om de landbouwvrijstelling af te schaffen. Dit gezien de grote veranderingen voor de landbouw die voortvloeien uit het maatregelenpakket voor landbouw, natuur en stikstof.